Uitspraak
Datum uitspraak: 14 september 2022
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
Raad van State
Appellanten, allen met de Afghaanse nationaliteit en verblijvend in Afghanistan, verzochten op 16 september 2021 de minister van Defensie om plaatsing op de evacuatielijst en evacuatie of faciliteiten voor het verkrijgen van een visum via diplomatieke vertegenwoordiging. De rechtbank verklaarde hun beroepen tegen het niet tijdig nemen van een besluit en tegen de brief van 30 november 2021 niet-ontvankelijk, omdat de brief geen besluit zou zijn.
De Raad van State oordeelt echter dat de brief van 30 november 2021 wel een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan betreft die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt. Hoewel er geen specifieke wettelijke grondslag is voor het faciliteren van evacuatie, geldt dit als een bijzondere publieke taak die het kabinet heeft toegekend aan de bestuursorganen, met name de minister van Buitenlandse Zaken.
De Raad stelt vast dat de projectdirecteur van Defensie onbevoegd was het besluit te nemen en dat de minister van Buitenlandse Zaken het bevoegde bestuursorgaan is. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het beroep tegen het besluit van 30 november 2021 wordt gegrond verklaard en het besluit wordt vernietigd. De minister van Buitenlandse Zaken wordt opgedragen binnen twee weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt bepaald dat tegen dit nieuwe besluit alleen beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 30 november 2021 is vernietigd en de minister van Buitenlandse Zaken moet binnen twee weken een nieuw besluit nemen.