ECLI:NL:RBDHA:2024:12592

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 februari 2024
Publicatiedatum
9 augustus 2024
Zaaknummer
23_5261
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen weigering aanpassing urgentieverklaring zoekprofiel

Eiseres heeft een urgentieverklaring aangevraagd om dichter bij haar familie te kunnen wonen vanwege mantelzorg. Verweerder heeft een urgentieverklaring toegekend met een zoekprofiel voor een kleine etagewoning. Eiseres betoogt dat het zoekprofiel te beperkt is en niet in verhouding staat tot haar huidige ruime woning, en stelt dat het besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.

De rechtbank oordeelt dat het zoekprofiel bedoeld is om een passend woningtype aan te duiden dat het urgente huisvestingsprobleem oplost, en dat een grotere woning niet noodzakelijk is voor het verlenen van mantelzorg. De rechtbank wijst het beroep af omdat verweerder het zoekprofiel niet hoefde aan te passen en het belang van eiseres bij een grotere woning niet zwaarder weegt dan het algemeen belang bij een verantwoorde woningverdeling.

Daarnaast is de wens van eiseres voor een grotere woning vanwege mogelijke inwoning van haar broer niet meegenomen omdat dit niet in de aanvraag of bezwaarprocedure is genoemd. De rechtbank volgt verweerder ook hierin. Het beroep wordt ongegrond verklaard, eiseres krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.

Uitkomst: Het beroep tegen het weigeren van aanpassing van het urgentieverklaring zoekprofiel is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/5261

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 februari 2024 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. B. el Ouath),
en

het dagelijks bestuur van het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland, verweerder

(gemachtigde: K. van Klaveren).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de weigering van verweerder om het zoekprofiel van de aan eiseres verleende urgentieverklaring te wijzigen.
1.1.
Verweerder heeft met besluit van 13 februari 2023 een urgentieverklaring toegekend aan eiseres met een daaraan verbonden zoekprofiel. Met het bestreden besluit van 5 juli 2023 op het bezwaar van eiseres heeft verweerder de urgentieverklaring met het daaraan verbonden zoekprofiel gehandhaafd.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 18 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, mr. A. el Ouath, als waarnemer van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres woont in [plaats 1]. Zij heeft een urgentieverklaring aangevraagd, omdat zij mantelzorg verleent aan haar broer en moeder die in [plaats 2] wonen. Verweerder heeft een urgentieverklaring voor één persoon toegekend, met als zoekprofiel een etagewoning met of zonder lift met één woonkamer en maximaal één slaapkamer. Volgens verweerder wordt daarmee tegemoetgekomen aan het huisvestingsprobleem van eiseres.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres betoogt dat het toegekende zoekprofiel niet juist is. Zij mag alleen kiezen uit woningen die erg klein zijn. Dat staat niet in verhouding tot de ruime woning met tuin en oprit waarin zijn nu woont. Eiseres vindt dat zij onnodig een keuze moet maken tussen kleiner wonen, maar wel dichterbij haar familie, of groter wonen, maar verder van haar familie. Verweerder kent ten onrechte geen gewicht toe aan het feit dat zij na verhuizing een ruime woning zal achterlaten in [plaats 1]. Het bestreden besluit is in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Het belang van eiseres bij een woning met meer kamers is groter dan het belang van verweerder om vast te houden aan het zoekprofiel.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het aan de urgentieverklaring verbonden zoekprofiel niet heeft hoeven aanpassen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het zoekprofiel
5. Volgens artikel 21, derde lid, aanhef en onder e, van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019 (Huisvestingsverordening) vermeldt de urgentieverklaring een zogenoemd zoekprofiel. Een betrokkene met een urgentieverklaring komt niet in aanmerking voor elke willekeurige woning, zo volgt uit de toelichting op voormeld artikelonderdeel. De urgentiecommissie stelt een zoekprofiel op met eisen waaraan een woning moet voldoen. Hierbij geldt dat een zoekprofiel met voorrang voor een eengezinswoning of benedenwoning zelden wordt afgegeven. Alleen als er een aantoonbare (medische) noodzaak voor is, kan dit woningtype worden opgenomen in het zoekprofiel. Voor woningen die buiten het zoekprofiel vallen, geldt geen recht op voorrang als urgent woningzoekende.
5.1.
Uit de Huisvestingsverordening volgt dat het zoekprofiel als doel heeft om een woningtype aan te duiden dat voldoende is om een urgent huisvestingsprobleem op te lossen. Een urgentieverklaring geeft geen voorrang voor woningtypen die uitgaan boven dat niveau. De nadruk ligt op het oplossen van een urgent huisvestingsprobleem. Het huisvestingsprobleem waarvoor eiseres een urgentieverklaring heeft aangevraagd, bestaat eruit dat zij nu op afstand woont van familieleden die afhankelijk zijn van haar zorg. De verleende urgentieverklaring komt tegemoet aan het huisvestingsprobleem, omdat zij met voorrang in aanmerking komt voor een woning dichtbij haar familieleden. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het voor verlenen van mantelzorg niet alleen noodzakelijk is om dichterbij haar familie te wonen, maar ook om over een grotere woning te beschikken.
5.2.
Anders dan eiseres betoogt, volgt uit de door haar op zitting aangehaalde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) niet dat een urgentieverklaring niet tot een achteruitgang in de wooncarrière mag leiden. [1] Die uitspraak heeft betrekking op een andere huisvestingsverordening dan in deze zaak aan de orde. Uit de (toelichting op) de hier relevante Huisvestingsverordening blijkt niet van de bedoeling om een achteruitgang in de wooncarrière te voorkomen. Een aan een urgentieverklaring verbonden zoekprofiel kan een oplossing bieden voor een urgent woonprobleem met een woningtype dat om andere redenen – zoals het aantal kamers – minder aantrekkelijk is voor de aanvrager. Daaruit volgt niet dat het zoekprofiel niet passend is. Verweerder hoefde er daarom ook geen rekening mee te houden dat eiseres een grote sociale huurwoning zal achterlaten, waarbij bovendien geldt dat zij geen woning zal achterlaten in de regio Holland Rijnland. De druk op de woningmarkt in die regio neemt toe door het verlenen van de urgentieverklaring.
5.3.
Eiseres heeft op zitting gesteld zij een grotere woning wenst omdat de mogelijkheid bestaat dat haar broer in de toekomst bij haar zal moeten inwonen. Inwoning is geen onderdeel geweest van de aanvraag en is ook niet eerder in de (bezwaar)procedure naar voren gebracht. In het bestreden besluit is de mogelijkheid van inwoning van de broer daarom terecht niet meegewogen. Verweerder heeft op zitting overigens toegelicht dat als de broer van eiseres noodgedwongen moet inwonen, sprake is van een nieuwe situatie.
Heeft verweerder in strijd gehandeld met het evenredigheidsbeginsel?
6. Aan eiseres is een urgentieverklaring toegekend waarmee zij het huisvestingsprobleem kan oplossen. De rechtbank heeft er begrip voor dat eiseres liever niet naar een woning verhuist met minder kamers dan haar huidige woning, maar dat is een woonwens waarmee verweerder geen rekening hoeft te houden. De rechtbank volgt verweerder erin dat het belang van eiseres bij een woning met meer kamers niet zwaarder weegt dan het algemeen belang bij een verantwoorde verdeling van woonruimte in de regio Holland Rijnland. Het betoog van eiseres dat het besluit in strijd is genomen met het evenredigheidsbeginsel slaagt daarom niet.
6.1.
Voor zover eiseres verwijst naar haar gronden in bezwaar, heeft verweerder in het
bestreden besluit daarop gereageerd. Eiseres heeft niet aangegeven op welke wijze
verweerder dit onjuist heeft gedaan. De verwijzing naar het bezwaarschrift als beroepsgrond
slaagt daarom niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder het aan de urgentieverklaring verbonden zoekprofiel niet heeft hoeven aanpassen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.H. van den Ende, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Maas, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Uitspraak van de Afdeling van 24 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3497 (onder 1).