ECLI:NL:RBDHA:2024:12596
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen vrijheidsbenemende maatregel Dublinclaim wegens onvoldoende motivering zwaar risico
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen twee besluiten waarbij vrijheidsbenemende maatregelen zijn opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Het eerste besluit van 5 juli 2024 is gebaseerd op artikel 6, derde lid, Vw, het tweede besluit van 8 juli 2024 op artikel 6a Vw met een Dublinclaim.
De rechtbank oordeelt dat het besluit van 5 juli 2024 terecht is genomen en dat verweerder vrij staat om te kiezen voor de grondslag van de maatregel. Dit beroep wordt ongegrond verklaard. Ten aanzien van het besluit van 8 juli 2024 stelt eiseres dat er geen concrete aanknopingspunten zijn voor de Dublinclaim en dat het significant risico onvoldoende is gemotiveerd.
De rechtbank vindt voldoende concrete aanknopingspunten voor de Dublinclaim, mede omdat eiseres vanuit Ierland naar Schiphol is gereisd en daar een asielaanvraag heeft gedaan. Echter, de zware grond 3a betreffende het significant risico is niet voldoende toegelicht in het besluit, terwijl dit volgens jurisprudentie niet op zitting kan worden aangevuld. Hierdoor is de maatregel onrechtmatig en wordt het beroep gegrond verklaard.
De rechtbank beveelt opheffing van de maatregel van 8 juli 2024 en kent een schadevergoeding toe van €1.000,- voor tien dagen onrechtmatige bewaring. Tevens worden de proceskosten van eiseres ten bedrage van €1.750,- aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Beroep tegen maatregel 5 juli ongegrond, beroep tegen maatregel 8 juli gegrond wegens onvoldoende motivering zwaar risico, schadevergoeding toegekend.