ECLI:NL:RVS:2017:2156
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende motivering zware grond
De vreemdeling werd op 17 mei 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De staatssecretaris baseerde de bewaring op meerdere gronden, waaronder een zware grond dat de vreemdeling zich aan toezicht had onttrokken. Tijdens de procedure liet de staatssecretaris enkele gronden vallen en de rechtbank oordeelde dat de zware grond voldoende was gemotiveerd, mede op basis van een motivering die pas ter zitting werd gegeven.
De Afdeling oordeelde echter dat de rechtbank ten onrechte deze na de oplegging gegeven motivering heeft betrokken, omdat de vereiste motivering van de zware grond bij het opleggen van de maatregel kenbaar moet zijn. Omdat geen andere zware grond standhield, was de maatregel van bewaring vanaf het begin onrechtmatig. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling kreeg een vergoeding toegekend over de periode van bewaring. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling toegekend een vergoeding wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring.