ECLI:NL:RBDHA:2024:12621
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen COA
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het COA vanwege weigering tot bemiddeling bij het vinden van woonruimte. Na intrekking van het beroep, omdat het COA alsnog bemiddeling toezegde, verzocht verzoeker om proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft het COA in de gelegenheid gesteld te reageren. Het COA stelde dat de bemiddeling voortvloeide uit het besluit van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) om verzoeker een verblijfsvergunning voor vijf jaar te verlenen, en niet door het beroep van verzoeker.
De rechtbank oordeelde dat er geen causaal verband bestaat tussen het beroep en de toezegging van bemiddeling door het COA. Daarom is er geen sprake van gehele of gedeeltelijke tegemoetkoming. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
De uitspraak is gedaan door rechter H. Hanssen-Telman op 12 augustus 2024, zonder zitting, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het COA niet is toegekomen aan verzoeker als gevolg van het beroep.