ECLI:NL:RBDHA:2024:12621

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 augustus 2024
Publicatiedatum
12 augustus 2024
Zaaknummer
AWB 23/13323
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen COA

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het COA vanwege weigering tot bemiddeling bij het vinden van woonruimte. Na intrekking van het beroep, omdat het COA alsnog bemiddeling toezegde, verzocht verzoeker om proceskostenvergoeding.

De rechtbank heeft het COA in de gelegenheid gesteld te reageren. Het COA stelde dat de bemiddeling voortvloeide uit het besluit van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) om verzoeker een verblijfsvergunning voor vijf jaar te verlenen, en niet door het beroep van verzoeker.

De rechtbank oordeelde dat er geen causaal verband bestaat tussen het beroep en de toezegging van bemiddeling door het COA. Daarom is er geen sprake van gehele of gedeeltelijke tegemoetkoming. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

De uitspraak is gedaan door rechter H. Hanssen-Telman op 12 augustus 2024, zonder zitting, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het COA niet is toegekomen aan verzoeker als gevolg van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/13323

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 augustus 2024 in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. N.B. Swart),
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COA

(gemachtigde: mr. A. van Beurden).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het COA in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen de weigering van het COA om te bemiddelen bij het zoeken naar een woonruimte. Verzoeker heeft het beroep ingetrokken omdat het COA hem heeft laten weten dat het voor hem bemiddelt bij het vinden van woonruimte.
1.1.
De rechtbank heeft het COA in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het COA heeft de rechtbank meegedeeld dat hij geen aanleiding ziet voor een proceskostenveroordeling, omdat zijn mededeling dat COA voor verzoeker zal bemiddelen bij het vinden van woonruimte het directe gevolg is van het besluit van de IND om verzoeker een verblijfsvergunning voor de duur van vijf jaren te verlenen. Volgens het COA is er daarom geen causaal verband tussen het door verzoeker ingestelde beroep en de toezegging, waardoor er geen sprake is van een gehele of gedeeltelijke tegemoetkoming.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het COA aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het COA geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 13 november 2023 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen de weigering van het COA om te bemiddelen bij het vinden van woonruimte. Het COA is later wel tot bemiddeling voor verzoeker overgegaan. Het COA heeft toegelicht dat dit was nadat verzoeker een verblijfsvergunning voor de duur van vijf jaren had gekregen in plaats van een verblijfsvergunning voor een jaar. Uit de door het COA overgelegde schermafdruk van een overzicht van verzoekers verblijfsvergunningen blijkt dat op 9 januari 2024 een vergunning is verleend voor de duur van vijf jaar van 23 juli 2023 tot 23 juli 2028, terwijl verzoeker daarvoor op 4 oktober 2023 een vergunning had gekregen, geldig van 23 december 2022 tot 23 december 2024. De vergunningverlening is ook niet door verzoeker betwist. Met het voorgaande heeft COA onderbouwd dat de bemiddeling niet het gevolg is van het instellen van beroep door verzoeker. Van tegemoet komen aan verzoeker is geen sprake.
4.2.
De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, op 12 augustus 2024. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).