ECLI:NL:RBDHA:2024:12680
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, van Ugandese nationaliteit, verzet zich tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en verklaart het kennelijk ongegrond.
De rechtbank overweegt dat het voornemen van de minister een voorbereidingshandeling is en geen besluit met rechtsgevolg, en dat de minister in het bestreden besluit adequaat heeft gemotiveerd waarom Oostenrijk verantwoordelijk is. De zienswijze van eiser is in het besluit betrokken en de procedure is niet onzorgvuldig verlopen.
Eiser voert aan dat hij niet kan worden overgedragen aan Oostenrijk vanwege gevaar voor zijn leven door personen uit zijn land van herkomst. De rechtbank stelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen bescherming kan krijgen in Oostenrijk en dat de minister terecht geen toepassing gaf aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft staan en overdracht aan Oostenrijk mogelijk is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Oostenrijk.