ECLI:NL:RVS:2023:4348
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel Kroatië
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 1 augustus 2023 het besluit om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn volgens het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de Dublinverordening.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris het besluit zorgvuldig had voorbereid en voldoende had gemotiveerd waarom Kroatië verantwoordelijk is. Ook werd geoordeeld dat de informatieplicht was nageleefd en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om het besluit op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich te trekken.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.