ECLI:NL:RBDHA:2024:12714
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië volgens Dublinverordening
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist de eiser, een Syrische nationaliteit dragende minderjarige, het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De reden hiervoor is dat Kroatië volgens de Eurodac-gegevens verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek.
Eiser voert aan dat Kroatië slechts een doorreisland was en dat hij daar geen asielverzoek heeft ingediend, maar enkel aan de grens is aangehouden. Hij stelt dat Kroatië zijn internationale verplichtingen niet nakomt, hem mishandeld heeft en geen opvang bood, wat in strijd zou zijn met artikel 4 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. Tevens beroept hij zich op het gelijkheidsbeginsel omdat andere asielzoekers die via Kroatië zijn gereisd wel in Nederland zijn toegelaten.
De rechtbank oordeelt dat de gegevens in Eurodac juist zijn en dat de enkele ontkenning van eiser onvoldoende is om deze te weerleggen. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor de Nederlandse overheid mag vertrouwen op de naleving van verplichtingen door Kroatië. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat Kroatië niet aan deze verplichtingen voldoet of dat zijn overdracht aan Kroatië een onevenredige hardheid oplevert. Ook is het beroep op ongelijke behandeling onvoldoende onderbouwd.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.