ECLI:NL:RVS:2024:2946
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na niet-in behandeling neming aanvragen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 15 mei 2024 besloten om de aanvragen van twee vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Hiertegen hebben de vreemdelingen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 27 juni 2024 deze beroepen ongegrond verklaarde.
De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzochten tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, en bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling wees het verzoek om voorlopige voorziening af en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. Hiermee blijft het besluit van de staatssecretaris ongewijzigd dat de asielaanvragen niet in behandeling worden genomen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.