ECLI:NL:RBDHA:2024:12715
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Polen
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser, een Syrische asielzoeker, tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De reden was dat Polen verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Eiser stelde dat Polen systeemgerelateerde tekortkomingen kent in de asielprocedure en opvangvoorzieningen, waardoor overdracht in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest. Hij verwees naar diverse rapporten en eerdere jurisprudentie die slechte omstandigheden, automatische detentie en pushbacks in Polen aantoonden. Ook stelde hij dat het Poolse rechtssysteem onvoldoende onafhankelijk is.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Polen zijn internationale verplichtingen jegens asielzoekers niet nakomt of dat sprake is van structurele tekortkomingen die de hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. De aangevoerde rapporten boden onvoldoende basis om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken. Ook was niet gebleken dat pushbacks tegen Dublinclaimanten plaatsvinden of dat Poolse rechters niet onafhankelijk zijn. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Polen wordt kennelijk ongegrond verklaard.