ECLI:NL:RBDHA:2024:12741
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake intrekking positief advies betrouwbaarheidsonderzoek tolk
Verzoeker, een externe tolk, kreeg na een positief advies in 2022 een brief van de politie waarin dit advies in juni 2024 werd ingetrokken vanwege niet meegewogen informatie bij het betrouwbaarheids- en geschiktheidsonderzoek (BGO). Hierdoor kan verzoeker geen tolkwerkzaamheden meer voor de Nationale Politie verrichten. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze intrekking, waarop de politie in juli 2024 de brief van juni introk en het bezwaar niet verder in behandeling nam.
Verzoeker vorderde een voorlopige voorziening omdat hij financieel in zwaar weer zou verkeren door het verlies van opdrachten bij de politie en andere overheidsinstanties. De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak, mede omdat verzoeker onvoldoende onderbouwing gaf van een acute financiële noodsituatie en onduidelijkheid bestond over de omvang van de gewerkte uren.
De rechter liet het karakter van de brieven (of deze bestuursbesluiten zijn) in het midden, maar vond geen sprake van evidente onrechtmatigheid die een voorlopige voorziening zou rechtvaardigen. De behandeling van het beroep wordt voortgezet en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de intrekking van het positieve advies wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.