Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposant], opposant
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzet van opposant tegen een eerdere uitspraak waarin zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard. Dit omdat de beslistermijn volgens de WBV 2023/3 nog niet was verstreken en het beroep dus te vroeg was ingediend.
Opposant stelde in verzet dat er divergerende jurisprudentie bestaat en verwees naar prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de verlenging van de beslistermijn in asielzaken. De rechtbank oordeelde echter dat deze argumenten reeds in de eerdere uitspraak waren betrokken en dat de lopende prejudiciële vragen geen aanleiding geven tot een andere uitkomst.
De rechtbank concludeerde dat het verzet ongegrond is omdat de aangevoerde argumenten geen twijfel zaaien over het kennelijke oordeel. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.F.I. Sinack en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep is ongegrond verklaard.