ECLI:NL:RBDHA:2024:12745

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 augustus 2024
Publicatiedatum
13 augustus 2024
Zaaknummer
NL24.8281
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbWBV 2023/3
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep asielaanvraag ongegrond verklaard

De rechtbank Den Haag heeft op 8 augustus 2024 uitspraak gedaan in het verzet van opposant tegen de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van zijn beroep op het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank had het beroep op 3 juni 2024 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslistermijn volgens de WBV 2023/3 nog niet was verstreken, waardoor het beroep te vroeg was ingediend.

Opposant stelde in het verzet dat er sprake was van divergerende jurisprudentie en verwees naar prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de mogelijkheid tot verlenging van de beslistermijn. De rechtbank oordeelde dat deze argumenten reeds in de eerdere uitspraak waren betrokken en dat divergerende rechtspraak op zichzelf geen reden is om het kennelijke oordeel te betwijfelen. Bovendien heeft het Hof van Justitie de prejudiciële vragen nog niet beantwoord, zodat deze geen aanleiding geven tot een andere uitspraak.

Daarom verklaarde de rechtbank het verzet ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier S.A. Sewratan, en is definitief omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet mogelijk is.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep op het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.8281 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van

[opposant], opposant

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. D.H. Yabasun),

Procesverloop

Bij uitspraak van 3 juni 2024 heeft de rechtbank het beroep van opposant kennelijk niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
Opposant heeft niet verzocht om op zitting te worden gehoord. De rechtbank doet op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep van opposant tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard, omdat de beslistermijn gelet op de WBV 2023/3 nog niet was verstreken. Het beroepschrift was dan ook te vroeg ingediend.
2. In verzet kan alleen worden beoordeeld of de bestuursrechter terecht tot zijn kennelijke oordeel is gekomen. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht die in het geval van een behandeling op zitting in beroep ook hadden kunnen worden aangevoerd, dient te worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de kennelijke uitkomst.
3. Die situatie doet zich in deze zaak niet voor. Opposant heeft in het verzetschrift gewezen op divergerende jurisprudentie en op de prejudiciële vragen die zijn gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de mogelijkheid van verlenging van de beslistermijn in asielzaken. In de aangevallen uitspraak is met de verwijzing naar de uitspraken van deze zittingsplaats van 19 april 2024 [1] al ingegaan op de argumenten die nu in verzet zijn aangevoerd. Dat sprake is van divergerende rechtspraak is als zodanig geen reden voor de conclusie dat de rechtbank niet tot een kennelijk oordeel kan komen. De aanhangige prejudiciële vragen over de verlengde beslistermijn zouden in beroep evenmin tot een andersluidende uitspraak hebben geleid. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft deze vragen namelijk nog niet beantwoord.
4. Het verzet is ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 8 augustus 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van S.A. Sewratan, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.