ECLI:NL:RBDHA:2024:12749
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening rijgeschiktheid
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) waarin hij niet rijgeschikt werd geacht voor bepaalde voertuigcategorieën vanwege epileptische aanvallen en drugsmisbruik. Na diverse medische onderzoeken en het indienen van laboratoriumuitslagen werd verzoeker uiteindelijk rijgeschikt geacht voor groep 1 voertuigen, maar niet voor groep 2.
Verzoeker trok zijn verzoek om een voorlopige voorziening in en verzocht vervolgens om een proceskostenveroordeling tegen het CBR. De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of het CBR verzoeker geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen. Uit de stukken blijkt dat verzoeker te laat laboratoriumonderzoek heeft laten uitvoeren en niet adequaat heeft gereageerd op verzoeken om informatie, waardoor het besluit van 12 juni 2024 is gebaseerd op nieuwe feiten en omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb. Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt daarom afgewezen. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 6 augustus 2024.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen door verweerder.