ECLI:NL:RBDHA:2024:9078
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen ongeldigverklaring rijbewijs vanwege drugsmisbruik door CBR
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) om zijn rijbewijs ongeldig te verklaren wegens drugsmisbruik. Het CBR baseerde het besluit op twee onderzoeken waarin werd vastgesteld dat eiser niet geschikt was om te rijden vanwege drugsmisbruik, waarbij de recidiefvrije periode van één jaar na stopdatum niet was verstreken.
De rechtbank heeft vastgesteld dat volgens de Regeling eisen geschiktheid 2000 een periode van één jaar zonder drugsmisbruik moet zijn verstreken voordat een herkeuring kan plaatsvinden. Beide onderzoeken bevestigen het drugsmisbruik en het ontbreken van deze periode, waardoor het CBR verplicht was het rijbewijs ongeldig te verklaren.
Eiser voerde aan dat hij niet goed geïnformeerd was en daardoor onnodig kosten heeft gemaakt door een tweede onderzoek aan te vragen, en dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden niet uitzonderlijk genoeg zijn om af te wijken van de strikte regelgeving.
Een nieuw besluit van het CBR op 24 april 2024, waarbij het rijbewijs ongeldig blijft vanwege het ontbreken van een bloedtest, valt buiten deze procedure. Eiser kan daartegen bezwaar maken.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het ongeldig verklaren van het rijbewijs wegens drugsmisbruik wordt ongegrond verklaard.