ECLI:NL:RBDHA:2024:12752

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 juli 2024
Publicatiedatum
13 augustus 2024
Zaaknummer
AWB - 24 _ 5592
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 174 GemeentewetArt. 2:30 Algemene plaatselijke verordeningArt. 2:28 Algemene plaatselijke verordening
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting horeca-inrichting wegens explosie en openbare orde

Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de burgemeester om zijn horeca-inrichting voor drie maanden te sluiten. Deze sluiting volgde op een explosie die volgens het politieonderzoek gericht was op de inrichting, met een nog lopend strafrechtelijk onderzoek en een groot risico op herhaling.

De voorzieningenrechter overweegt dat de sluiting geen strafrechtelijke sanctie is, maar een maatregel ter bescherming van de openbare orde en veiligheid. Persoonlijke verwijtbaarheid van verzoeker is niet vereist voor deze bestuursdwang. Hoewel de sluiting grote financiële gevolgen heeft voor verzoeker, weegt het belang van de bescherming van de openbare orde zwaarder.

Verzoeker bood aan beveiligingsmaatregelen te treffen, maar zonder concreet plan kon niet worden vastgesteld dat het gevaar hierdoor afneemt. De burgemeester staat open voor overleg bij een concreet voorstel. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af en bevestigt de sluiting tot 31 augustus 2024.

De uitspraak is gedaan op 11 juli 2024 en bindt niet in een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de sluiting van de horeca-inrichting wordt afgewezen.

Uitspraak

REchtbank DEN Haag
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/5592
uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 juli 2024 op het verzoek om een voorlopige voorziening van

[verzoeker] h.o.d.n. [handelsnaam] , te [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. I. Kassino),
tegen

de burgemeester van Den Haag, verweerder

(gemachtigde: mr. E.P. Alonso).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van verweerder om [handelsnaam] in het perceel [adres] te [plaats] (de horeca-inrichting) te sluiten voor een periode van drie maanden. [1]
1.1.
Verweerder heeft verzoeker bij besluit van 5 juni 2024 (het - primaire - besluit) een
last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende dat de horeca-inrichting wordt gesloten voor de duur van drie maanden, eindigend op 31 augustus 2024 om 23:00 uur. In deze periode is begrepen dat verzoeker de horeca-inrichting per 31 mei 2024 23:00 uur vrijwillig gesloten heeft gehouden.
1.2.
Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Voorts heeft hij de
voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.3.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 11 juli 2024 op zitting behandeld.
Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, vergezeld van [naam 1] en
[naam 2] , de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van verweerder.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan op het verzoek.
1.5.
Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de
rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter overweegt dat uit de bestuurlijke rapportage genoegzaam
blijkt dat de explosie was gericht op de horeca-inrichting. Het politieonderzoek is nog gaande en verweerder heeft ook op zitting aangegeven dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat sprake is van vandalisme of dat de explosie was gericht op de buren. De politie gaat er nog steeds van uit dat de aanval was gericht op de horeca-inrichting en zegt dat de kans op herhaling nog steeds groot is. Daarom moet worden vastgesteld dat de openbare orde en de veiligheid op dit moment is gediend met de sluiting. Dat er niet meer informatie is uit het strafrechtelijk onderzoek, kan hier niet aan afdoen. De sluiting voelt waarschijnlijk als een straf, maar volgens vaste rechtspraak is het geen punitieve sanctie. [2]
De voorzieningenrechter ziet dit hier niet anders. Persoonlijke verwijtbaarheid van verzoeker is voorts niet nodig voor een sluiting. Verweerder was, wat er ook zij van de explosie bij de andere inrichting en de modus operandi, bevoegd om tot de sluiting over te gaan en heeft dit noodzakelijk en evenwichtig mogen achten. Het is duidelijk dat de sluiting veel gevolgen heeft voor verzoeker, want er zijn geen inkomsten van deze horeca-inrichting en de kosten lopen door. Maar het belang van bescherming van de openbare orde en de veiligheid weegt op dit moment zwaarder dan het belang van verzoeker.
Verzoeker heeft ter zitting aangegeven bereid te zijn om een flexibele camera of een beveiliger voor de nachtelijke uren te regelen. De voorzieningenrechter overweegt dat, nu er nog geen concreet plan voorligt, nog niet kan worden gezegd dat de kans op herhaling of het gevaar voor de openbare orde en veiligheid (daarmee) minder is. Als verzoeker een concreet plan hiervoor bij verweerder indient, dan is verweerder bereid om mee te denken en mogelijk kan dit leiden tot een andere uitkomst.
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Rossum, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2024.
griffier voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open

Voetnoten

1.Artikel 174, eerste en derde lid, van de Gemeentewet, artikel 2:30, eerste lid, aanhef en onder c, in verbinding met artikel 2:28, zesde lid, aanhef en onder a, van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV) en het Handhavingsbeleid voor horeca en alcoholverstrekkers (het beleid)
2.Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 7 september 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2614), r.o. 11.2.