ECLI:NL:RVS:2022:2614
Raad van State
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- B.J. Schueler
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid burgemeester tot sluiting pand wegens handelsvoorraad softdrugs
De burgemeester van Tilburg legde op 9 juni 2020 een last onder bestuursdwang op om de panden aan de Kooikerstraat 2 en 4 te sluiten vanwege de aanwezigheid van een grote handelsvoorraad softdrugs. De rechtbank verklaarde dit besluit onrechtmatig en herroept het, waarna de burgemeester hoger beroep instelde. De Raad van State oordeelt dat de burgemeester bevoegd was het pand aan de Kooikerstraat 4 te sluiten, omdat de aangetroffen hoeveelheden softdrugs ruimschoots het criterium voor eigen gebruik overschrijden en bestemd waren voor de bevoorrading van coffeeshops.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de burgemeester niet in strijd met zijn beleidsregels heeft gehandeld en dat er geen sprake was van actieve opsporing, maar van een controle naar aanleiding van een melding. De sluiting is proportioneel en noodzakelijk vanwege de ernst van de overtreding, recidive en veiligheidsrisico’s. De maatschappelijke discussie over softdrugs en het experiment gesloten coffeeshopketen leiden niet tot een rechtvaardigingsgrond of het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het hoger beroep van de burgemeester gegrond en het incidenteel hoger beroep van Het Laar en L&H ongegrond. Het besluit tot sluiting van het pand aan de Kooikerstraat 2 wordt herroepen, maar de sluiting van het pand aan de Kooikerstraat 4 blijft in stand. De burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan Het Laar en L&H.
Uitkomst: De burgemeester is bevoegd het pand aan de Kooikerstraat 4 te sluiten wegens aanwezigheid van een handelsvoorraad softdrugs; het besluit tot sluiting van het pand aan de Kooikerstraat 2 wordt herroepen.