ECLI:NL:RBDHA:2024:12753
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland volgens Dublinverordening
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verzet zich tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en verklaart het kennelijk ongegrond.
De rechtbank overweegt dat het bestreden besluit zorgvuldig is voorbereid. Hoewel eiser stelt dat het voornemen slechts standaardoverwegingen bevatte en daardoor onzorgvuldig zou zijn, oordeelt de rechtbank dat het voornemen een voorbereidingshandeling is en dat de minister in het besluit adequaat heeft gereageerd op de zienswijze van eiser. De minister heeft gemotiveerd waarom Duitsland verantwoordelijk is en waarom geen toepassing wordt gegeven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
Eiser voert aan dat hij niet kan worden overgedragen aan Duitsland vanwege bedreigingen vanuit het criminele milieu van de familie van zijn voormalige Duitse partner. De rechtbank stelt echter vast dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen bescherming kan krijgen van de Duitse autoriteiten en dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen bijzondere omstandigheden zijn die overdracht onredelijk maken.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, waardoor de overdracht van eiser aan Duitsland kan plaatsvinden. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Duitsland.