Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben in april 2022 afzonderlijk een aanvraag voor een verblijfsvergunning ingediend op grond van artikel 28 Vreemdelingenwet Pro 2000. Na het niet tijdig beslissen heeft de rechtbank in november 2023 een beslistermijn van acht weken opgelegd, die door verweerder niet is nageleefd. Hierdoor is de eerder opgelegde dwangsom van €7.500 volledig verbeurd.
De rechtbank neemt samenhang aan tussen de zaken van eisers omdat zij als gezinsleden gezamenlijk zijn ingereisd en gelijktijdig hun aanvragen hebben ingediend. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld aan een besluit. De rechtbank stelt vast dat verweerder opnieuw niet binnen de gestelde termijn heeft beslist.
De rechtbank legt daarom een nieuwe beslistermijn van twee weken op en bepaalt dat bij overschrijding een hogere dwangsom van €200 per dag geldt, met een maximum van €15.000. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €437,50. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 12 augustus 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en legt een nieuwe beslistermijn met hogere dwangsom op.