Uitspraak
Datum uitspraak: 8 maart 2019
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Raad van State
De appellant heeft beroep ingesteld tegen het opnieuw niet tijdig nemen van een besluit door de gemeenteraad van Bergen omtrent het bestemmingsplan 'Bergen Dorpskern Zuid', nadat de Afdeling eerder een termijn had gesteld die was overschreden.
De raad erkent het verzuim maar stelt dat een ontwerpbestemmingsplan eind januari 2019 ter visie zal worden gelegd, waarna besluitvorming in mei 2019 mogelijk is. De appellant had echter geen ingebrekestelling gestuurd, maar de Afdeling oordeelt dat dit in dit geval redelijkerwijs niet van hem kon worden verlangd.
De Afdeling verklaart het beroep kennelijk gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de raad op uiterlijk 13 juni 2019 een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 opgelegd bij niet-naleving. De raad wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De raad van Bergen wordt opgedragen uiterlijk 13 juni 2019 een besluit te nemen over het bestemmingsplan met een dwangsom bij niet-naleving.