ECLI:NL:RBDHA:2024:12866
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid België
Verzoekers, allen Moldavische nationaliteit, vroegen asiel in Nederland. De minister van Asiel en Migratie weigerde hun aanvragen te behandelen omdat België volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de asielprocedure.
Verzoekers stelden beroep in tegen deze besluiten en vroegen tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde de verzoeken samen met de beroepen op 30 juli 2024, waarbij verzoekers niet verschenen waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op de beroepen, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom werden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Munsterman en griffier V. Vegter en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op de beroepen.