Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 januari 2024 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres, beiden uit [woonplaats]
Rechtbank Den Haag
Eisers, een gehuwd echtpaar met een gezamenlijke bijstandsuitkering, maken bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn om maandelijks €77,80 in te houden op hun uitkering voor de aflossing van gezamenlijke schulden. De echtgenoot heeft een schone lei gekregen in het kader van de schuldsaneringsregeling, terwijl de echtgenote aansprakelijk is gesteld voor de schulden.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht is uitgegaan van de ondeelbaarheid van de bijstandsuitkering en dat de beslagvrije voet betrekking heeft op de gehele gezinsuitkering. Het aflosbedrag van 5% van de bijstandsnorm voor gehuwden is niet onevenredig, mede gezien eerdere lagere aflosbedragen berustten op een fout die niet herhaald hoeft te worden. De door eisers aangevoerde persoonlijke omstandigheden, zoals de gezondheidstoestand van de echtgenoot, leiden niet tot een andere beoordeling.
Het besluit is voldoende zorgvuldig voorbereid, aangezien het college de schone lei van de echtgenoot heeft meegewogen en geen andere gronden in bezwaar zijn aangevoerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de inhouding op de bijstandsuitkering in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen de inhouding van €77,80 per maand op de gezamenlijke bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.