Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit hebbende vreemdeling, werd op 21 juni 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank toetste uitsluitend de rechtmatigheid van de maatregel vanaf het sluiten van het onderzoek op 3 juli 2024. Eiser voerde aan dat de belangenafweging ontbrak en dat de maatregel disproportioneel was, onder meer vanwege zijn familie in Frankrijk en een geplande afspraak op 6 september 2024 om zijn verblijf daar te legaliseren.
Verweerder stelde dat continu een belangenafweging plaatsvindt en dat geen omstandigheden waren aangevoerd die het voortduren van de bewaring onrechtmatig maken. De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende bewijs leverde van rechtmatig verblijf in Frankrijk en dat het zicht op uitzetting naar Algerije aanwezig bleef, mede door het niet meewerken van eiser.
De rechtbank oordeelde dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.