ECLI:NL:RBDHA:2024:13078

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 augustus 2024
Publicatiedatum
16 augustus 2024
Zaaknummer
NL24.26002
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EU) 604/2013Artikel 17 Dublinverordening
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het terugnameverzoek aan Duitsland terecht en binnen de wettelijke termijn is gedaan en dat het claimverzoek door Duitsland binnen de termijn is aanvaard. Eiser heeft geen concrete beletselen of documenten aangeleverd die een afwijking van het interstatelijk vertrouwensbeginsel rechtvaardigen.

De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft geoordeeld dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet van toepassing is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is op 9 augustus 2024 mondeling gedaan en geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.26002
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. L.S. Hartog).

Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat de Bondsrepubliek Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 9 augustus 2024 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Op grond van de registratie in Eurodac heeft verweerder terecht een terugnameverzoek gedaan bij Duitsland. Dit verzoek is ook binnen de wettelijke termijn gedaan en het claimverzoek is binnen de wettelijke termijn aanvaard. Eiser heeft niet onderbouwd welke beletselen er zijn tegen de overdracht aan Duitsland. In beginsel geldt het interstatelijk vertrouwensbeginsel. In het geval van eiser is niet onderbouwd met documenten dat daar van moet worden afgeweken. Ook zijn verklaringen geven hier geen aanleiding voor. Verweerder heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat er geen aanleiding is voor de toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. [1] In beroep is niet concreet onderbouwd waarom deze conclusie onjuist zou zijn.
2. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 augustus 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier en geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Verordening (EU) 604/2013.