ECLI:NL:RBDHA:2024:13079
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens reeds besliste hoofdzaak
De verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van 25 juni 2024 waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83 lid 3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Op 9 augustus 2024 heeft de rechtbank in een gerelateerde zaak (nummer NL24.26002) reeds uitspraak gedaan op het beroep dat aan dit verzoek ten grondslag ligt. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 14 augustus 2024 en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.