ECLI:NL:RBDHA:2024:13118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij betwist de geldigheid van de verlenging van de beslistermijn met negen maanden zoals bepaald in het besluit WBV 2023/3 en stelt dat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.
De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet noodzakelijk is en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen zitting hebben verzocht. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat de verlenging van de beslistermijn door WBV 2023/3 geldig is vanwege de situatie zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet.
Omdat eiseres haar asielaanvraag op 13 november 2023 heeft ingediend, valt deze binnen de verlengde beslistermijn, die uiterlijk op 13 februari 2025 moet eindigen. De ingebrekestelling van 22 mei 2024 is daardoor prematuur en voldoet niet aan de voorwaarden voor het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend binnen de verlengde beslistermijn.