ECLI:NL:RBDHA:2024:13126
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft op 2 november 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister van Asiel en Migratie heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Eiser stelde verweerder op 23 mei 2024 schriftelijk in gebreke om alsnog binnen twee weken te beslissen, waarna hij beroep instelde wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn voor asielaanvragen die zijn ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden is verlengd op grond van het besluit WBV 2023/3. Dit betekent dat verweerder uiterlijk op 2 februari 2025 moet beslissen op de aanvraag van eiser. De ingebrekestelling van 23 mei 2024 is daarom te vroeg ingediend en voldoet niet aan de voorwaarden voor het beroep op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
Eiser betwist de geldigheid van de verlenging van de beslistermijn, maar de rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging terecht is toegepast. Omdat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard, is het verzoek om een rechterlijke dwangsom en een besluit niet behandeld.
De rechtbank heeft partijen vooraf gevraagd of zij een zitting wensten, maar omdat hier geen behoefte aan was, is het onderzoek gesloten zonder zitting. De uitspraak is gedaan op 25 juli 2024 door rechter G.P. Loman in aanwezigheid van griffier T. Rommes.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn.