ECLI:NL:RBDHA:2024:13127
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft op 11 september 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waarop eiser een ingebrekestelling heeft ingediend op 22 mei 2024. De rechtbank oordeelt echter dat de beslistermijn door het besluit WBV 2023/3 met negen maanden is verlengd, waardoor verweerder uiterlijk op 11 december 2024 moet beslissen.
Omdat de ingebrekestelling van eiser te vroeg is ingediend, voldoet deze niet aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Eiser betwist dat de verlenging van de beslistermijn geldig is, maar de rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de verlenging terecht is toegepast.
De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig is en na geen verzoek tot zitting te hebben ontvangen, is het onderzoek gesloten en de zaak zonder zitting behandeld. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier T. Rommes op 25 juli 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling.