ECLI:NL:RBDHA:2024:1317
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Somalische asielzoeker, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk was voor de behandeling van de aanvraag. Nederland had een verzoek tot terugname bij Duitsland gedaan, dat op 22 augustus 2023 werd aanvaard.
De rechtbank stelde ambtshalve vast of eiser nog procesbelang had, mede naar aanleiding van een brief van de staatssecretaris waarin werd gemeld dat eiser op 11 december 2023 met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van eiser kon geen contact meer leggen en wist niet waar eiser verbleef.
Volgens vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde vertrekt, geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht. Omdat geen feiten of omstandigheden waren gesteld die van dit uitgangspunt afweken, oordeelde de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer had bij de beoordeling van zijn beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en ging niet inhoudelijk op de zaak in. Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter F. Sijens en griffier D.G. van den Berg en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.