Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af..
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is sinds 10 januari 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b en 59 van de Vreemdelingenwet. Verweerder heeft bij besluit van 25 juli 2024 de maatregel van bewaring met maximaal twaalf maanden verlengd. Eiser stelde beroep in tegen dit verlengingsbesluit en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank toetst uitsluitend de rechtmatigheid van het verlengingsbesluit en de voortduring van de maatregel sinds dat besluit, omdat eiser geen beroep had ingesteld tegen de voortduring sinds het eerdere onderzoek. De rechtbank constateert dat verweerder een verzwaarde belangenafweging heeft gemaakt binnen de vereiste termijn, die kenbaar en toetsbaar is. De gronden voor bewaring, zowel zware als lichte, zijn niet betwist en voldoende gemotiveerd.
Verder oordeelt de rechtbank dat eiser niet actief en volledig meewerkt aan zijn vertrek, hetgeen de verlenging rechtvaardigt. De medische situatie van eiser is meegewogen en de zorg in detentie wordt als adequaat beschouwd. De rechtbank ziet geen onredelijke bezwarendheid in de voortzetting van de bewaring en concludeert dat het verlengingsbesluit rechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het verlengingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.