Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beroepsgronden
Oordeel van de rechtbank
Rechtbank Den Haag
Eiser, een jongvolwassene met de Turkse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland om bij zijn vader, die een verblijfsvergunning asiel heeft, te verblijven. De minister van Asiel en Migratie wees dit verzoek af omdat eiser niet feitelijk tot het gezin van zijn vader behoort en niet voldoet aan het jongvolwassenenbeleid.
De rechtbank overwoog dat eiser al zelfstandig woonde en studeerde in Nederland voordat zijn vader het land binnenkwam, en dat er geen sprake was van een nauwe gezinsband of afhankelijkheid. Eiser had stappen naar zelfstandigheid gezet, zoals werken en relaties, en was niet financieel afhankelijk van zijn vader. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd dat het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing was en dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid waren die gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro konden rechtvaardigen.
Eiser voerde aan dat hij noodgedwongen zelfstandig moest wonen en dat er sprake was van emotionele afhankelijkheid, maar deze argumenten werden niet overtuigend geacht. De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht geen belangenafweging hoefde te maken omdat geen gezinsleven bestond. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard.