ECLI:NL:RBDHA:2024:13252
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens overschrijding termijn
Eiseres diende op 13 januari 2023 een aanvraag in voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven, waarbij zij stelde slachtoffer te zijn van huiselijk geweld tussen 2000 en 2012. Verweerder wees de aanvraag af omdat deze niet binnen de wettelijke termijn van tien jaar na het misdrijf was ingediend en eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij de aanvraag zo spoedig mogelijk had ingediend.
Eiseres voerde aan dat het psychisch geweld pas in 2014 was geëindigd, waardoor de aanvraag binnen de termijn zou zijn. Ook stelde zij dat in het verleden minder strenge eisen werden gesteld bij termijnoverschrijding en dat sprake was van strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Verweerder handhaafde het besluit en stelde dat de aanvraag binnen tien jaar na het misdrijf moest worden ingediend, tenzij sprake was van psychische overmacht die de termijnoverschrijding rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelde dat eiseres haar stelling over het voortduren van het geweld tot 2014 niet met objectieve gegevens had onderbouwd en volgde de oorspronkelijke datum 2012 als einddatum van het misdrijf. De aanvraag was daarmee te laat ingediend. Uit het dossier bleek geen sprake van psychische overmacht die de termijnoverschrijding rechtvaardigde. Ook was niet gebleken dat eiseres niet in staat was tijdig hulp in te schakelen. De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanvraag terecht had afgewezen en dat geen schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur had plaatsgevonden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag wegens overschrijding van de wettelijke termijn.