ECLI:NL:RBDHA:2024:13270
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de Belastingdienst. De kern van het geschil betreft de juiste vaststelling van de handelsinkoopwaarde van een Opel Zafira, waarbij eiser een taxatierapport overlegt dat een waardevermindering wegens schade aangeeft. De Belastingdienst baseert zich op een rapport van de dienst Domeinen Roerende Zaken (DRZ) dat een hogere waarde zonder schadevaststelling hanteert.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de gestelde schade en dat de waardering van DRZ als partijdeskundige kan worden beschouwd. De naheffingsaanslag wordt daarom verminderd, maar niet volledig vernietigd. Daarnaast is onderzocht of de hoorplicht door de Belastingdienst is geschonden; dit wordt ontkennend beoordeeld vanwege voldoende uitnodigingen en pogingen tot contact.
Verder is vastgesteld dat de bezwaar- en beroepsprocedure ruim tweeënhalf jaar heeft geduurd, wat een overschrijding van de redelijke termijn inhoudt. De rechtbank kent daarom een immateriële schadevergoeding toe van €1.000 aan eiser. Ook worden proceskosten en griffierecht aan eiser vergoed. De uitspraak vervangt de eerdere uitspraak op bezwaar en biedt een volledige afwikkeling van het geschil.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €4.726 en eiser krijgt vergoeding van immateriële schade en proceskosten toegekend.