ECLI:NL:RBDHA:2024:13273
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van naheffingsaanslag BPM en geschil over hoorplicht en immateriële schadevergoeding
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM die door verweerder is opgelegd naar aanleiding van een aangifte over een Alfa Romeo Stelvio. Het geschil betreft de juistheid van het naheffingsbedrag, de vraag of de hoorplicht is geschonden en of er recht bestaat op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank overweegt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd omdat de inspecteur terecht is uitgegaan van de CO2-uitstoot zoals vermeld in het kentekenregister en dat de taxateur van DRZ als partijdeskundige mag worden beschouwd. De door eiser aangevoerde bezwaren, waaronder het tijdstip van de taxatie en de toepasselijkheid van Europese aanbestedingsregels, worden verworpen. Ook is geen sprake van schending van het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel of hoorplicht.
Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding oordeelt de rechtbank dat de bezwaar- en beroepsfase minder dan twee jaar heeft geduurd, zodat geen overschrijding van de redelijke termijn is vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en er is geen recht op immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.