ECLI:NL:RBDHA:2024:1329
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep verlenging overdrachtstermijn
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om de overdrachtstermijn met achttien maanden te verlengen. Dit beroep is ingetrokken nadat de staatssecretaris het besluit op 24 oktober 2023 heeft ingetrokken vanwege het niet overdragen van verzoeker aan Italië binnen de termijn.
Verzoeker vordert een proceskostenveroordeling van de staatssecretaris omdat hij meent dat de staatssecretaris hem geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen. De staatssecretaris verzet zich tegen deze vordering.
De rechtbank oordeelt dat het opnemen van een vreemdeling in de nationale procedure vanwege het verlopen van de overdrachtstermijn geen tegemoetkomen is, maar een gevolg van tijdsverloop. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank wijst daarom het verzoek om proceskostenveroordeling af.
De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Emaus en griffier E.J. Iflé, en is zonder zitting uitgesproken op 8 februari 2024.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling van de staatssecretaris wordt afgewezen.