ECLI:NL:RBDHA:2024:13292
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag minderjarige met subsidiaire bescherming in Roemenië
Eiser, een minderjarige van Syrische nationaliteit, diende op 4 mei 2023 een asielaanvraag in. De minister verklaarde deze aanvraag op 4 juli 2024 niet-ontvankelijk omdat eiser sinds februari 2023 een subsidiaire beschermingsstatus in Roemenië heeft en niet is gebleken dat zijn band met Nederland sterker is of dat terugkeer risico's oplevert volgens artikel 3 EVRM Pro.
Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid, onder meer vanwege een voortijdig voornemen en een onverwacht beschermingsgehoor waarvoor hij zich niet adequaat kon voorbereiden. Ook stelde hij dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn minderjarigheid en het belang van het kind, verwijzend naar diverse artikelen van de Dublinverordening en het EVRM.
De rechtbank oordeelde dat het voornemen een voorbereidingshandeling was zonder nadelige gevolgen voor eiser, die geen correcties had ingediend. Het beschermingsgehoor werd erkend als onzorgvuldig georganiseerd, maar eiser maakte niet aannemelijk dat dit zijn belangen heeft geschaad of dat zijn recht op een fair trial was geschonden. De Dublinverordening was niet van toepassing omdat eiser al statushouder in Roemenië is.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de niet-ontvankelijkheid van de aanvraag in stand blijft. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid blijft in stand.