ECLI:NL:RBDHA:2024:13309
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet opgegeven werkzaamheden als chauffeur
Eiser en zijn echtgenote ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een anonieme melding startte de gemeente Delft een onderzoek waaruit bleek dat eiser meer uren als chauffeur had gewerkt dan hij had opgegeven. Verweerder trok daarom het recht op bijstand over twee periodes in en vorderde de teveel ontvangen bijstand terug.
Eiser voerde aan dat hij vanwege medische beperkingen meer uren werkte dan waarvoor hij betaald kreeg en dat er mondelinge afspraken met de werkgever waren, maar kon dit niet aannemelijk maken. De rechtbank oordeelde dat de werkzaamheden op geld waardeerbaar waren en dat eiser de inlichtingenverplichting had geschonden door niet alle uren te melden.
De rechtbank verwierp de bezwaren van eiser tegen de gebruikte urenoverzichten en concludeerde dat verweerder terecht het recht op bijstand had ingetrokken en de terugvordering had ingesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.