ECLI:NL:CRVB:2024:799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens periodieke bijschrijvingen als inkomen
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en kreeg daarnaast bijzondere bijstand. Het college herzag haar bijstand over de periode maart tot en met mei 2021 en vorderde een bedrag van €1.391,86 terug vanwege bijschrijvingen van een derde, X, op haar bankrekening die als inkomen werden aangemerkt.
Appellante stelde dat deze bijschrijvingen niet als inkomen moesten worden beschouwd omdat zij het geld gebruikte om boodschappen voor X te doen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de bijschrijvingen een periodiek karakter hadden, het ging om ronde bedragen zonder omschrijving, en er was geen verband tussen de bijschrijvingen en afschrijvingen voor boodschappen.
De Raad stelde vast dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet vrij over het geld kon beschikken en dat het geen inkomen was. Het hoger beroep werd daarom afgewezen, en het besluit tot herziening en terugvordering bleef in stand. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand blijft in stand.