ECLI:NL:RBDHA:2024:13335
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering behandeling asielaanvraag wegens overdracht aan Kroatië
Eiser heeft op 21 april 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. Verweerder heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling, op grond van de Dublinverordening en het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Eiser voerde aan dat er gegronde twijfel bestaat over de naleving van internationale verplichtingen door Kroatië, onder meer vanwege risico's op pushbacks en tekortkomingen in het Kroatische asielproces. De rechtbank overwoog dat verweerder terecht mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Hof van Justitie van de Europese Unie.
De rechtbank stelde dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd voor een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 4 van Pro het Handvest en artikel 3 van Pro het EVRM. Ook de medische omstandigheden van eiser zijn door verweerder meegewogen, maar onvoldoende onderbouwd om tot een ander oordeel te komen.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en mag eiser aan Kroatië worden overgedragen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard en eiser mag aan Kroatië worden overgedragen.