ECLI:NL:RBDHA:2024:13385
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht aan Kroatië op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen zijn voorgenomen overdracht aan Kroatië op grond van de Dublinverordening. Hij stelt dat hij niet 'fit to fly' is vanwege psychische problemen en dat zijn overdracht een schending van artikel 3 en Pro 8 EVRM oplevert. Tevens beroept hij zich op eerdere jurisprudentie.
De voorzieningenrechter overweegt dat bezwaar tegen feitelijke uitzetting beperkt is tot de wijze van uitoefening van de bevoegdheid of nieuwe feiten die de rechtmatigheid van de overdracht aantasten. Verzoeker heeft echter geen nieuwe of relevante feiten aangevoerd ten opzichte van eerdere beslissingen. De medische bijstand van een psychiater en medicatie vormen geen nieuw feit dat de overdracht rechtvaardig belemmert.
Ook het beroep op artikel 3 EVRM Pro faalt omdat onvoldoende is gebleken dat verzoeker bij terugkeer aan Kroatië onmenselijke of vernederende behandeling zal worden blootgesteld. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om de overdracht uit te stellen en wijst het verzoek af. Er is geen grond voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen overdracht aan Kroatië wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe relevante feiten.