ECLI:NL:RBDHA:2024:13501
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige dreiging en misleiding over nationaliteit
Eiser vroeg asiel aan met het argument dat hij in Suriname wordt bedreigd door een drugsbende vanwege een mislukte drugssmokkel. De minister wees de aanvraag af omdat eiser misleidend was over zijn Belgische nationaliteit en zijn verklaringen over de bedreigingen onvoldoende concreet en onderbouwd waren.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de misleiding over de nationaliteit aannam, omdat eiser niet in de Belgische registers voorkomt en de wijze van verkrijging van de nationaliteit niet geloofwaardig is. Daarnaast zijn de verklaringen over de doodsbedreigingen summier en ongerijmd, zonder ondersteunend bewijs zoals aangiften of foto's.
Ook het betoog dat de minister onvoldoende externe geloofwaardigheidsindicatoren gebruikte, wordt verworpen. De veroordeling voor drugssmokkel draagt niet bij aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas. De rechtbank stelt dat de Surinaamse autoriteiten in het algemeen bescherming bieden en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen bescherming kan krijgen.
Ten slotte oordeelt de rechtbank dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod zorgvuldig zijn genomen, ondanks het bestaan van familie in Nederland en België. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing, het terugkeerbesluit en het inreisverbod blijven in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit en inreisverbod blijven in stand.