ECLI:NL:RBDHA:2024:13504
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in grensprocedure asiel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die is toegepast in het kader van de grensprocedure. Eiser betoogt dat de maatregel onrechtmatig is vanwege de duur van de bewaring, zijn Syrische afkomst, kwetsbaarheid door leeftijd en medische klachten, en het ontbreken van juiste medicatie.
De rechtbank overweegt dat de maatregel op grond van vaste jurisprudentie standaard wordt opgelegd aan vreemdelingen die aan de buitengrens asiel aanvragen. De beoordeling of het verzoek geschikt is voor afdoening in de grensprocedure vindt plaats na het nader gehoor. De rechtbank constateert dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld binnen de wettelijke termijnen.
Daarnaast heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn detentie ongeschikt of onevenredig belastend is vanwege zijn medische toestand. Het gestelde gebrek aan medicatie behoort tot het detentieregime en kan in een andere procedure worden behandeld. Gezien deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.