ECLI:NL:RBDHA:2024:13505

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 augustus 2024
Publicatiedatum
23 augustus 2024
Zaaknummer
NL24.30950
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 VwArt. 14 VwArt. 77 VwArt. 94 VwArt. 6:162 BW
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel en toegangsweigering

Eiser kreeg op 4 augustus 2024 een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd en werd de toegang tot Nederland geweigerd. Hij stelde beroep in tegen deze besluiten en verzocht tevens om schadevergoeding. Eiser stelde dat de vrijheidsbeperking feitelijk een vrijheidsontneming was vanwege de duur van drie dagen in de luchthavenlounge en dat de toegangsweigering onrechtmatig was omdat hem een visum was verleend en het eerdere inreisverbod was verlopen.

De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen de toegangsweigering apart administratief beroep vereist bij verweerder en dat zolang daarop geen besluit is genomen, de rechtmatigheid ervan moet worden aangenomen. De rechtbank vond dat het verblijf van drie nachten in de lounge niet onrechtmatig was omdat eiser geen asielaanvraag had ingediend en de voorzieningen in de lounge passend waren. Ook was het besluit tot toegangsweigering al genomen, waardoor eiser op elk moment kon vertrekken.

De rechtbank verwierp het standpunt dat de vrijheidsbeperkende maatregel een vrijheidsontneming was en oordeelde dat de maatregel rechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Andere aangevoerde bezwaren tegen de toegangsweigering en visumintrekking vielen buiten deze procedure. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel en toegangsweigering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.30950

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. M.F. Wijngaarden),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Smeulders).

Procesverloop

Bij besluit van 4 augustus 2024 is aan eiser op grond van artikel 14, gelezen in samenhang met artikel 6 van Pro Verordening (EU) nr. 2016/399 (Schengengrenscode) de toegang geweigerd. Bij besluit van 4 augustus 2024 (het bestreden besluit) is aan eiser op grond van artikel 6, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Partijen hebben toestemming verleend de zaak schriftelijk te behandelen. De gemachtigde van eiser heeft op 6 en 8 augustus 2024 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft hier op 15 augustus 2024 op gereageerd. De rechtbank heeft op 16 augustus 2024 het onderzoek gesloten.

Overwegingen

De gemachtigde van eiser heeft aangevoerd dat een vrijheidsbeperkende maatregel wordt gezien als vrijheidsontneming als de vrijheidsbeperkende maatregel te lang voortduurt. Daar is in dit geval sprake van, omdat er dagelijks vluchten naar Suriname gaan en eiser pas na drie dagen, op 7 augustus 2024, in de gelegenheid is gesteld om Nederland te verlaten. Bovendien is er geen wettelijke grondslag voor een dergelijke vrijheidsbeneming. Verder was de maatregel onrechtmatig omdat de toegangsweigering onrechtmatig was. Aan eiser was namelijk een visum verleend. Daarom mocht eiser erop vertrouwen dat hem toegang zou worden verleend. In 2022 is aan eiser een inreisverbod van twee jaar opgelegd en dat inreisverbod is inmiddels verlopen. De signalering in het Schengeninformatiesysteem (SIS-signalering) zit niet in het dossier, waardoor voor eiser niet valt te controleren waarom hij nog gesignaleerd staat. Dit is in strijd met het beginsel van equality of arms en/of een effectief rechtsmiddel in de zin van artikel 47 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. Tot slot voert eiser aan dat hij, anders dan verweerder stelt, wel degelijk voldoende middelen van bestaan heeft.
De rechtbank overweegt als volgt.
Toegangsweigering
Uit de gronden van beroep blijkt dat eiser ook opkomt tegen het besluit van verweerder om hem de toegang tot Nederland te weigeren. Op grond van artikel 77, eerste lid, van de Vw staat tegen een besluit tot toegangsweigering administratief beroep open bij verweerder. Op grond van artikel 94, tweede lid, van de Vw wordt, indien aan de vreemdeling een besluit tot toegangsweigering is uitgereikt, het beroep tegen een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in onder meer artikel 6 van Pro die wet geacht mede een beroep tegen het besluit tot toegangsweigering te omvatten. Omdat in dit geval aan eiser geen vrijheidsontnemende, maar een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 6, eerste lid, van de Vw is opgelegd, mist artikel 94, tweede lid, van de Vw toepassing en moet tegen het besluit tot toegangsweigering afzonderlijk administratief beroep bij verweerder worden ingesteld. Verweerder moet nog een besluit moet nemen op het administratief beroep dat eiser tegen de toegangsweigering heeft ingesteld en zolang dit besluit niet is herroepen, moet worden uitgegaan van de rechtmatigheid ervan.
Vrijheidsbeperkende maatregel
Onder verwijzing naar de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 23 augustus 2019 [1] , is de rechtbank verder van oordeel dat de omstandigheid dat eiser drie nachten in de lounge heeft doorgebracht in dit geval niet tot onrechtmatigheid van de onderhavige maatregel leidt. Eiser heeft geen asielaanvraag ingediend en verweerder was dus niet gehouden om te zorgen voor verdergaande voorzieningen dan die in de lounge voorhanden zijn. Ook was tijdens het verblijf van eiser in de lounge al een besluit over de
toegangsweigering genomen. Eiser kon dus op elk moment gebruik maken van de mogelijkheid om te vertrekken naar zijn land van herkomst of een ander land waar zijn
toegang gewaarborgd was. De rechtbank volgt eiser daarom niet in zijn stelling dat de vrijheidsbeperkende maatregel vanwege de duur een vrijheidsontnemende maatregel werd.
Nu ook anderszins niet is gebleken dat de vrijheidsbeperkende maatregel onrechtmatig moet worden geacht, is het beroep ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Wat verder is aangevoerd tegen de toegangsweigering en de intrekking van het visum valt buiten de omvang van dit geding en kan in de daarvoor bestemde procedures aan de orde komen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.