ECLI:NL:RBDHA:2024:13505
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel en toegangsweigering
Eiser kreeg op 4 augustus 2024 een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd en werd de toegang tot Nederland geweigerd. Hij stelde beroep in tegen deze besluiten en verzocht tevens om schadevergoeding. Eiser stelde dat de vrijheidsbeperking feitelijk een vrijheidsontneming was vanwege de duur van drie dagen in de luchthavenlounge en dat de toegangsweigering onrechtmatig was omdat hem een visum was verleend en het eerdere inreisverbod was verlopen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen de toegangsweigering apart administratief beroep vereist bij verweerder en dat zolang daarop geen besluit is genomen, de rechtmatigheid ervan moet worden aangenomen. De rechtbank vond dat het verblijf van drie nachten in de lounge niet onrechtmatig was omdat eiser geen asielaanvraag had ingediend en de voorzieningen in de lounge passend waren. Ook was het besluit tot toegangsweigering al genomen, waardoor eiser op elk moment kon vertrekken.
De rechtbank verwierp het standpunt dat de vrijheidsbeperkende maatregel een vrijheidsontneming was en oordeelde dat de maatregel rechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Andere aangevoerde bezwaren tegen de toegangsweigering en visumintrekking vielen buiten deze procedure. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel en toegangsweigering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.