ECLI:NL:RVS:2019:2791
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak vrijheidsbeperkende maatregel vreemdeling op Schiphol
De vreemdeling van Pakistaanse nationaliteit arriveerde op 31 december 2018 op Schiphol, waar zijn Schengenvisum werd ingetrokken en hem de toegang werd geweigerd. Hij werd opgedragen te verblijven in de internationale lounge in afwachting van zijn uitzetting, een vrijheidsbeperkende maatregel die op 2 januari 2019 werd opgeheven.
De rechtbank had geoordeeld dat het verblijf in de lounge onredelijk lang was en dat er sprake was van vrijheidsontneming zonder geldige titel, waarop zij het beroep van de vreemdeling gegrond verklaarde en schadevergoeding toekende. De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de situatie wezenlijk verschilde van eerdere jurisprudentie, omdat de vreemdeling geen asiel had aangevraagd, toegang tot rechtsbijstand had en vrij was om te vertrekken.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van vrijheidsontneming. De omstandigheden waren anders dan in de eerdere zaak; de vreemdeling had geen bijzondere omstandigheden die hem verhinderden te vertrekken. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 23 augustus 2019 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.