ECLI:NL:RBDHA:2024:13525
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen plaatsing in Handhaving- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel ongegrond verklaard
Eiser, een Somalische vreemdeling, is door het COa geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen vanwege gedragingen met een zeer grote impact, waaronder meerdere incidenten van agressie en geweld. De minister legde daarnaast een vrijheidsbeperkende maatregel op op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen beide besluiten.
De rechtbank oordeelt dat het COa op goede gronden en met voldoende motivatie tot plaatsing in de HTL heeft besloten. De verslaglegging van het incident van 24 juli 2024, waarbij eiser zich agressief en intimiderend gedroeg, wordt als betrouwbaar beschouwd. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de feiten anders zijn verlopen. Ook is geen contra-indicatie gebleken vanuit medische hoek voor plaatsing in de HTL.
Verder is vastgesteld dat de bevoegdheid tot plaatsing in de HTL volgt uit de Wet COa en de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005, en niet uit het COa-maatregelenbeleid. De rechtbank acht de plaatsing een vrijheidsbeperking en geen vrijheidsontneming, en ziet geen strijd met artikel 5 EVRM Pro of met de artikelen 3 en 8 EVRM. Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel faalt eveneens. De beroepen worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De beroepen tegen de plaatsing in de HTL en de vrijheidsbeperkende maatregel worden ongegrond verklaard.