ECLI:NL:RBDHA:2024:13559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser diende op 24 oktober 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in Nederland in. Verweerder verzocht Zweden om terugname van eiser op grond van de Dublinverordening, wat werd geaccepteerd. Uiteindelijk werd verweerder per 15 juni 2023 verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag.
De beslistermijn op de aanvraag was op grond van de Vreemdelingenwet 2000 zes maanden, maar door het besluit WBV 2022/22 is deze termijn met negen maanden verlengd, waardoor de beslistermijn eindigde op 15 september 2024. Eiser diende echter op 12 mei 2024 een ingebrekestelling in, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken.
De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was en daarmee niet voldeed aan de voorwaarden voor het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.