Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: mr. K. Kanters).
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger, diende een herhaalde asielaanvraag in nadat zijn eerdere verzoeken waren afgewezen. Hij stelt lid te zijn van een separatische groepering en vreest vervolging vanwege zijn politieke activiteiten en deelname aan protesten. De staatssecretaris achtte het lidmaatschap en de gerelateerde beweringen ongeloofwaardig, terwijl de deelname aan protesten in Nederland wel geloofwaardig werd bevonden, maar onvoldoende om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij lid is van de separatische groepering, mede vanwege onvoldoende onderbouwing van de overgelegde documenten zoals een brief en betalingsbewijzen. Daarnaast is niet gebleken dat eiser in Nigeria in specifieke belangstelling staat van de autoriteiten. De verwijzingen naar algemene risicoanalyses en informatieberichten van VluchtelingenWerk Nederland zijn onvoldoende om het beroep te steunen.
Eiser voerde aan dat recente jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie een nieuw toetsingskader introduceert, maar de rechtbank volgt de staatssecretaris dat dit niet leidt tot een andere uitkomst. De herhaalde asielaanvraag is ontvankelijk verklaard, maar inhoudelijk ongegrond bevonden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs en gebrek aan gegronde vrees voor vervolging.