Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse nationaliteit dragende vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd op 6 augustus 2024 aangehouden en onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De minister van Asiel en Migratie had deze maatregel opgelegd vanwege het risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken.
De rechtbank beoordeelde dat eiser terecht onder de genoemde categorie vreemdelingen valt en dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom een lichtere maatregel niet doeltreffend zou zijn. De gronden, waaronder het niet melden tijdens illegaal verblijf en het niet zelfstandig terugkeren na een terugkeerbesluit, zijn feitelijk juist bevonden.
Eiser voerde aan dat hij zich niet bewust aan het toezicht onttrok en dat de bewaring te lang duurde, mede omdat hij wilde meewerken aan terugkeer. De rechtbank oordeelde echter dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld, mede gezien de afhankelijkheid van de Poolse autoriteiten voor uitzetting en het ontbreken van identiteitsdocumenten.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.