ECLI:NL:RBDHA:2024:13818
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank beoordeelt dat de minister terecht heeft vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het Duitse asiel- en opvangsysteem zodanige tekortkomingen vertoont dat hij bij overdracht een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest.
De stellingen over toename van racistisch geweld, politieke ontwikkelingen in Duitsland, en het gebrek aan effectieve klachtenmogelijkheden zijn niet voldoende concreet en zwaarwegend. Ook medische problemen en de financiering van rechtsbijstand in Duitsland leiden niet tot een ander oordeel.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter F. Sijens en openbaar gemaakt op 29 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Duitsland verantwoordelijk is en geen reëel risico op schending van mensenrechten is aangetoond.