ECLI:NL:RBDHA:2024:1382
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenveroordeling wegens niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaak
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarop niet tijdig werd beslist. Nadat verweerder alsnog op 15 december 2023 een inwilligend besluit nam, trok verzoekster het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aan het beroep tegemoet was gekomen door het inwilligend besluit en dat het verzoek tot proceskostenvergoeding gegrond was. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming proceskosten toewijzen.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op € 437,50, gebaseerd op een vaste puntwaarde en een wegingsfactor van 0,5, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tevens werd het betaalde griffierecht door verweerder vergoed. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 2 februari 2024.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van € 437,50 aan proceskosten en het griffierecht.